Ondertoezichtstelling

Het komt regelmatig voor dat ouders, al dan niet tijdelijk, moeite hebben met de zorg voor een kind. Ook kunnen derden, bijvoorbeeld leerkrachten, artsen of politie, vermoedens hebben dat er zorgen zijn over kinderen. Zij kunnen dan een zorgmelding doen bij de Raad voor de Kinderbescherming. Als ouders zelf tot de conclusie komen dat ze niet in staat zijn hun kind de zorg te bieden die het nodig heeft, kunnen zij kennissen, vrienden of familie inschakelen om eventuele problemen te bespreken en problemen op te lossen. Daarnaast kunnen ouders een beroep doen op de vrijwillige hulpverlening. Soms heeft dit het beoogde effect maar soms ook niet.

Als vrijwillige hulp niet helpt of niet geaccepteerd wordt door de ouders, kan verplichte hulp noodzakelijk zijn. De Raad voor de Kinderbescherming wordt dan ingeschakeld via een zogenaamde zorgmelding en zij kunnen dan een onderzoek doen. Naar aanleiding van dat onderzoek stelt de Raad voor de Kinderbescherming een rapport op. Als de Raad voor de Kinderbescherming het nodig vindt dat een kind, mogelijk, in zijn ontwikkeling wordt geschaad, kan de kinderrechter worden gevraagd een kind onder toezicht te stellen. Dit is een ingrijpende kinderbeschermingsmaatregel die natuurlijk niet zomaar wordt genomen door de kinderrechter.

Wat is een ondertoezichtstelling? Op grond waarvan mag de kinderrechter deze maatregel opleggen? Hoelang duurt de ondertoezichtstelling? Kan deze maatregel worden verlengd? Welke instanties zijn er betrokken bij de ondertoezichtstelling? Kan uw kind uit huis worden geplaatst? U leest het hier allemaal.

Op grond waarvan kan de kinderrechter uw kind onder toezicht stellen?

De kinderrechter kan uw minderjarig kind onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling. Dit kan als een kind zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouders onvoldoende hulp accepteren om zorgen weg te nemen. Bovendien moet de verwachting gerechtvaardigd zijn dat binnen een aanvaardbare termijn de ouder(s) wel in staat is(zijn) om weer de volledige verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen.

Hoelang duurt de ondertoezichtstelling?

De kinderrechter kan een minderjarig kind voor maximaal één jaar onder toezicht stellen. De praktijk is dat de maatregel meestal een aantal malen wordt verlengd met één jaar. Een en ander geldt alleen zolang een kind nog geen 18 jaar is. Ouders realiseren zich vaak niet dat een dergelijke kinderbeschermingsmaatregel niet zomaar weer beëindigd kan worden en zomaar jaren kan duren.

Wat is het doel van de ondertoezichtstelling?

Het doel van de maatregel ondertoezichtstelling, afgekort OTS, is om de problemen die een bedreiging vormen voor de ontwikkeling voor een kind weg te nemen. De gezinsvoogd die bij de OTS wordt aangewezen moet  daarop toezien en actie op ondernemen. Voorbeelden van mogelijke problemen zijn: mishandeling of verwaarlozing van een kind of het lijden van een kind als gevolg van de slechte relatie van de ouders. De bedoeling van de ondertoezichtstelling is dan dus dat de bedreiging in de ontwikkeling van een kind wordt weggenomen. Een gezinsvoogd heeft hierin een leidende taak en kan de ouders daartoe aanwijzingen geven, bijvoorbeeld dat een ouder mee moet werken aan een omgangsregeling.

Uithuisplaatsing

Normaal gesproken blijft uw kind thuis tijdens de ondertoezichtstelling, maar soms meent de Raad voor de Kinderbescherming het beter is dat een tijdje ergens anders verblijft. Indien de Raad voor de Kinderbescherming uw kind uit huis wil plaatsen, moet de rechter worden gevraagd een machtiging af te geven. De rechter beslist of de uithuisplaatsing noodzakelijk is. De duur van de uithuisplaatsing is gelijk aan de duur van de ondertoezichtstelling. De rechter kan de uithuisplaatsing verlengen op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Zo’n verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming zal een rechter niet snel afwijzen.

De zitting van de kinderrechter

Ouders mogen tijdens de zitting van de kinderrechter hun mening geven over het verzoek tot onder toezichtstelling. Ook een kind tussen 12 en 18 jaar kan worden gehoord door de kinderrechter. De Raad voor de Kinderbescherming stelt een adviesrapport op. Dit rapport speelt een belangrijke rol tijdens de zitting en bij de beslissing van de kinderrechter. Een medewerker van de raad voor de Kinderbescherming is op de zitting aanwezig om het rapport toe te lichte. U kunt zich bij laten staan door een advocaat, maar dat is niet verplicht. Wij raden dit u echter wel aan, met name als u het niet eens bent met het verzoek om uw kind onder toezicht te stellen. Een advocaat weet veelal hoe de rechter een verzoek beoordeeld en welke argumenten wel of niet van belang zijn.

De uitspraak van de kinderrechter

De kinderrechter doet meestal gelijk aan het einde van de zitting uitspraak. Tijdens de zitting is meestal de beoogd gezinsvoogd aanwezig om direct na afloop kennis te maken en afspraken voor een eerste gesprek. Mocht de kinderrechter wat meer tijd nodig hebben om tot een beslissing te kunnen komen, dan hoort u dat. U krijgt de uitspraak (beschikking) thuis gestuurd. Indien u een advocaat heeft ingeschakeld, krijgt hij of zij de uitspraak. Hij zal deze dan met u bespreken.

De kinderrechter kan de volgende uitspraken doen: het verzoek wordt toegewezen, het verzoek wordt afgewezen of de zaak wordt aangehouden. Dit laatste is het geval als er bijvoorbeeld nog een onderzoek loopt over de noodzakelijkheid van de ondertoezichtstelling.

Hoger beroep of cassatie

Bent u het niet eens met de uitspraak van de kinderrechter? Dan kunt u tegen de uitspraak in beroep gaan bij het gerechtshof. U bent dan verplicht een advocaat in te schakelen. Het hoger beroep bij het gerechtshof moet binnen 3 maanden na de uitspraak worden ingediend. Indien u het ook niet eens bent met de beslissing van het gerechtshof, kunt u binnen 3 maanden na de beslissing van het gerechtshof in cassatie bij de Hoge Raad. Ook voor deze procedure is een advocaat verplicht.